Cafe Doodgewoon West-Brabant 21 april

Ontmoetingsplaatsen en ondersteuning voor mensen met kanker en /of in de palliatieve levensfase

Op donderdag 21 april 2016 gaan de inloophuizen ‘Het Getij’ uit Bergen op Zoom en ‘De Rose-Linde’ uit Roosendaal en het Kennis- en Informatiecentrum Palliatieve Zorg van Avoord in Etten Leur zich presenteren. Ook de mensen van ‘Look Good… Feel Better’ laten zien wat zij kunnen betekenen voor mensen met kanker. Want als je er goed uitziet, voel je je ook echter beter!

In kleine groepen krijgt iedere bezoeker aan Café Doodgewoon West-Brabant een indruk van wat deze ondersteunende organisaties kunnen bieden aan mensen met kanker en/of in de palliatieve fase van hun leven.

We weten dat veel mensen die direct of indirect met kanker te maken krijgen behoefte hebben aan lotgenotencontact. Even in een andere sfeer samenkomen, praten of bezig zijn met andere dingen. Het Inloophuis is zo’n veilige ontmoetingsplaats. In Roosendaal is in 2014 inloophuis De Rose-Linde geopend, in Bergen op Zoom en Ossendrecht is Het Getij actief.

Als je van tevoren weet waar je mee te maken kunt krijgen in de laatste periode van je leven, kan dat een hoop ongerustheid wegnemen. Het Kennis- en Informatiecentrum Palliatieve Zorg is de ontmoetingsplek voor zorgverleners, cliënten en hun naasten in Etten Leur die vragen hebben over de laatste fase van het leven.

De mensen van Look Good… Feel Better stellen alles in het werk om mensen met kanker te steunen bij hun uiterlijke verzorging en weer zichzelf te laten zijn. Zij informeren en adviseren patiënten, professionals en publiek over uiterlijke verzorging bij kanker.

Datum: Donderdag 21 april 2016

Start: 19.30 uur, binnenlopen kan al vanaf 19.00 uur. De toegang is gratis.

Locatie: De Binnentuin van TWB, Belder 2-4, 4704 RK in Roosendaal.

Na afloop is er tijd voor vragen en contact en we sluiten af met een hapje en drankje.

Voor toekomstige onderwerpen zie www.doodgewoonwestbrabant.nl

Dankbaarheid

Oliver Sacks schreef in zijn laatste jaren vier essays over ouderdom, ziekte en de naderende dood in de New York Times. Deze essays zijn na zijn overlijden gebundeld in ‘Dankbaarheid’.

In 2006 kreeg neuroloog en auteur Oliver Sacks te horen dat hij een zeldzame tumor in zijn oog had, een oculair melanoom. Bestraling en laserbehandeling volgde, en daarmee werd de kanker verwijderd. Maar in 2015 bleken er uitzaaiingen te zijn in de lever. Hij overleed eind augustus van dat jaar op 82-jarige leeftijd, aan de gevolgen van kanker. Hij schreef in zijn laatste jaren vier essays over ouderdom, ziekte en de naderende dood in de New York Times. Deze essays zijn na zijn overlijden gebundeld in ‘Dankbaarheid’. Uit deze essays komen de volgende citaten.

“Op je tachtigste ligt het schrikbeeld van dementie of een beroerte op de loer. Een derde van je leeftijdsgenoten is dood en nog veel meer mensen, met ernstige mentale of psychische schade, zitten gevangen in een tragisch en minimaal bestaan. Op je tachtigste zijn de tekenen van verval maar al te zichtbaar. Je reacties zijn iets langzamer, namen ontschieten je vaker en je moet voorzichtig met je energie omspringen, maar desondanks voel je je ook vaak energiek en levenslustig en helemaal niet ‘oud’. Met een beetje geluk leef ik misschien nog een paar jaar, min of meer intact, en is me de vrijheid vergund om door te gaan met liefhebben en werken, de twee belangrijkste zaken in het leven volgens Freud.”

“Mijn vader, die vierennegentig werd, zei vaak dat zijn tijd als tachtiger het leukste decennium van zijn leven was geweest. Hij voelde, zoals ik dat nu ook begin te voelen, geen inkrimping maar juist een uitbreiding van zijn geestesleven en zijn kijk op dingen. Je hebt een lange levenservaring, en die betreft niet alleen je eigen leven maar ook dat van anderen. Je hebt triomfen en tragedies gezien, periodes van bloei en crises, revoluties en oorlogen, grote successen, maar ook zeer twijfelachtige. Je hebt belangrijke theorieën zien opkomen, die door onwrikbare feiten onderuit werden gehaald. Je bent je bewuster van vergankelijkheid en, misschien, van schoonheid. Op je tachtigste kun je het geheel overzien en heb je een levendig, doorleefd gevoel voor geschiedenis, dat op jongere leeftijd niet mogelijk is. Ik kan me voorstellen, ik voel in mijn botten, wat een eeuw is, wat ik niet kon toen ik veertig of zestig was. Ik beschouw ouderdom niet als een periode die steeds grimmiger wordt, die je op de een of andere manier moet zien door te komen en waar je het beste van moet maken, maar als een periode van vrije tijd en vrijheid, bevrijd van de kunstmatige druk uit mijn jongere jaren, vrij om te onderzoeken wat ik wil en de gedachten en gevoelens van een heel leven samen te bundelen.
Ik kijk ernaar uit om tachtig te zijn.”

Ik ben dankbaar dat ik sinds de eerste diagnose nog negen jaar in goede gezondheid heb mogen leven en productief heb kunnen zijn, maar nu sta ik aan de vooravond van de dood. De kanker heeft een derde van mijn lever aangetast en ook al kan de voortgang ervan misschien worden afgeremd, dit type kanker kan niet worden gestopt.
Het is nu aan mij om te bepalen hoe ik de maanden die me resten ga besteden. Ik moet zo aangenaam, intens en productief leven als maar mogelijk is.

Mijn poging om mijn balans met de wereld op te maken, zal dapperheid en helderheid vergen en ik zal vrijuit moeten spreken. Maar er zal ook tijd zijn voor leuke dingen (en zelfs voor onnozele dingen).
Ik voel opeens een duidelijke doelgerichtheid en richting. Er is geen tijd voor zaken die niet wezenlijk zijn. Ik moet me op mezelf, mijn werk en mijn vrienden concentreren. Ik zal niet meer elke avond naar het nieuws kijken. Ik zal geen aandacht meer schenken aan de politiek of aan discussies over de opwarming van de aarde.
Dat is geen onverschilligheid, maar afstand nemen – ik maak me nog steeds zorgen om het Midden-Oosten, de opwarming van de aarde, de groeiende ongelijkheid, maar die zaken gaan mij niet langer aan; die horen bij de toekomst. Ik geniet ervan als ik getalenteerde jonge mensen ontmoet – zelfs als dat degene is die een biopsie neemt en mijn metastasen diagnosticeert. Ik heb het gevoel dat de toekomst in goede handen is.

Ik kan niet doen alsof ik niet bang ben. Maar mijn overheersende gevoel is er een van dankbaarheid. Ik heb van mensen gehouden en zij hebben van mij gehouden, ik heb veel gekregen en ik heb iets teruggegeven, ik heb gelezen, gereisd, nagedacht en geschreven. Ik heb in contact gestaan met de wereld en de bijzondere uitwisselingen ervaren tussen een schrijver en zijn lezers.
Maar in de eerste plaats ben ik op deze prachtige planeet een bewust denkend wezen geweest, een denkend dier, en dat alleen al was een enorm voorrecht en avontuur.

Bron: Dankbaarheid. Oliver Sacks. Uitgeverij De Bezige Bij. ISBN 978 90 23 497912. Selectie door Rob Bruntink, Bureau MORBidee.

 

Cheque voor VPTZ

VPTZ West-Brabant & Tholen bedankt Roparun en Doorkomst Bergen op Zoom voor de mooie cheque op 26 maart 2016 en de bijzondere mooi verzorgde avond.

Diversiteit

Op 1 maart 2016 bezoekt Shoona Tahitu de vergadering van VPTZ West-Brabant & Tholen bij TWB in Roosendaal. De cultureel antropologe en projectleider diversiteit van tanteLouise-Vivensis houdt vanavond een inleiding over de Islam. De avond staat in het teken van verschillende thema’s binnen de zorg in de Islam, zoals rituelen in de palliatieve fase.

De Nederlandse gezondheidszorg krijgt steeds meer te maken met cliënten van migranten afkomst die palliatieve zorg behoeven. Vooral in de laatste levensfase is optimale kwaliteit van zorg van wezenlijk belang. Zowel formele en informele zorg aan de cliënt als zorg voor de nabestaanden er omheen. Onder andere onvoldoende kennis van religie en cultuur bemoeilijkt het kunnen bieden van optimale zorg. Daarom begint Shoona met een kennischeck. Wat zijn de pijlers binnen de Islam, hoeveel migranten kennen wij eigenlijk in de regio, wat houden de cultuur en religie eigenlijk in? Het blijkt dat we minder weten over de Islam en bijbehorende gewoontes als we zouden willen.

Van de migranten in onze regio is de meerderheid Marokkaan, Turk of uit voormalig Nederlands Indië. Bijna één op de vier inwoners in Roosendaal en Bergen op Zoom is migrant. Van alle migranten is de Islam de grootste gemene deler. De Islam is meer dan een religie, het bepaalt ook de cultuur.

In bijna alle communicatie spelen culturele verschillen een rol. Bij mensen met een verschillende culturele achtergrond kunnen er makkelijk misverstanden ontstaan. Vooral in de gezondheidszorg kunnen de culturele verschillen de kwaliteit van zorg en hulp in gevaar brengen. In de communicatie met migranten is het allereerst belangrijk dat een zorgverlener zich probeert te verplaatsen en zijn/haar manier van denken en waarnemen. Bewust is van de eigen culturele bril en deze probeert af te zetten. Ook al leren we hier vanavond iets over de Islam, iedere cliënt kan er zijn/haar eigen gewoontes op nahouden.

Shoona bespreekt de vijf zuilen, geboden, rechten en plichten en een aantal rituelen rondom sterven en dood. Hoewel de dagopvang onder migranten groeiende is wordt in het algemeen de zorg op het einde van het leven door de eigen familie gegeven. Het bezoeken van een zieke wordt als een religieuze plicht gezien. In de Islam komt gezondheid, ziekte en de dood van God. God stuurt zowel de ziekte als de genezing. De moslim gelooft dat Allah alles heeft voorbeschikt en dat alles wat de mens overkomt een bedoeling heeft. Verschillende stromingen binnen de Islam leggen andere accenten in de visie op gezondheid, ziekte en dood.

 

 

 

Marinus van den Berg – Voor bij het einde

Boekbespreking – Voor bij het einde

In dit boek voor allen die omgaan met ernstig zieken of stervenden staan gedichten en meditaties.
Thema´s die aan de orde komen zijn lichamelijke pijn, emoties als angst en verdriet, omgaan met afhankelijkheid en onmacht, en het los moeten laten van de dierbare en het leven. Onderwerpen die wij als vrijwilliger bij elke inzet tegen kunnen komen.
Marinus beschrijft hoe belangrijk het is dat er een stem gegeven wordt aan deze gevoelens, dat ze niet weggesust worden. Juist het bij de naam noemen en onder ogen zien van alle tegenstrijdige gevoelens waar iemand in verstrikt kan raken, kan verlichting geven.

Bij het samenstellen van dit boek had Marinus allereerst mensen voor ogen die tijd nemen om te waken.
Waken is tijd nemen, om te herinneren, om samen te praten over wat goed en van waarde was, over wat nog dwars kan zitten, om te herstellen wat nog hersteld kan worden
Waken is tijd nemen om er te zijn, zonder woorden soms, met een enkel lief gebaar. Tijd om te wachten, tijd om tot vrede te komen.
Waken is thuiskomen bij wie je na staat, man of vrouw, vader of moeder, broer of zus, je maatje, onvergetelijk voor je leven.
Waken is thuiskomen bij jezelf, rust en tijd nemen om bij jezelf te zijn, om stil te staan bij je eigen herinneringen, je eigen angst, pijn, verdriet en verlangen.
Als ik waak bij cliënten dan ervaar ik het als een intiem meditatief, zwijgende tijd. Ik vind het weldadig en rustig aanvoelen.
Ik las zijn boek met veel herkenning. In gedachten zag ik mezelf weer waken bij mijn inmiddels overleden zusjes. Ik voelde een intense verbondenheid die groter was dan wijzelf waren.
Die ervaring draag ik als een kostbaar geschenk mijn leven lang met me mee.

Maar ook voor diegenen die niet waken maar wel stil willen staan bij het levenseinde geeft de schrijver in dit boek stof tot nadenken.

Ik raad iedereen aan om dit boek te lezen.
Het voor ons als vrijwilliger o zo herkenbare ‘er zijn’  en alle bijkomende gevoelens worden door hem zeer herkenbaar beschreven op een manier waarmee hij ons steunt, inspireert en toerust om dit werk te kunnen doen.

 

Tekst Tineke Roos -Wijnalda

Café Doodgewoon: mantelzorg, een vak uit liefde

Café Doodgewoon, donderdag 18 februari 2016 – 19.30 uur
 
Mantelzorger word je vanzelf. Je gaat voor kortere of langere tijd zorgen voor je partner, ouders of iemand anders. Het begint vaak met kleine dingetjes maar, afhankelijk van het ziektebeeld, kan het uitgroeien tot 24 uur per dag.
 
Ieder geval van mantelzorg is uniek. Je kan er geen protocol voor opstellen. Als mantelzorger doe je veel en het meeste gaat goed. Maar er gaan ook zaken minder goed. Van deze ervaringen leer je dan weer!
 
Tijdens de interactieve bijeenkomst vertelt ervaringsdeskundige Wim hoe hij de mantelzorg voor zijn vrouw heeft ervaren, wat uiteindelijk 24 uur per dag verzorging werd.
  
Vijf maal per jaar organiseren VPTZ West-Brabant & Tholen West-Brabant & Tholen en het Netwerk Palliatieve Zorg een Café Doodgewoon over een onderwerp dat te maken heeft met palliatieve zorg. Doel is de samenwerking tussen de informele en formele zorgverleners te verbeteren en kennis over palliatieve zorg te delen.
Naast zorgverleners zijn ook mantelzorgers, geestelijk verzorgers en andere geïnteresseerden in de palliatieve zorg van harte welkom. De toegang is gratis. Na afloop is er tijd voor het gesprek en we sluiten de avond af met een hapje en drankje.
 
Aanmelden hoeft niet, maar mág wel, via: info@vptz-westbrabanttholen.nl of info@doodgewoonwestbrabant.nl.
Datum: Donderdag 18 februari – 19.30 uur, zaal open 19.00 uur
Locatie: Binnentuin TWB, Belder 2-4, 4704 RK Roosendaal

Laat je hersenen niet zitten

Hoe lichaamsbeweging je hersenen jong houdt

3 redenen om dit boek te lezen

  1. De auteur schudt je wakker. Demente ouderen die amper uit hun stoel komen, kinderen die alleen maar gamen, ouders met overgewicht die zich niet inspannen om daar iets aan te doen. Het is niet langer ” done”, aldus hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder. Te weinig beweging veroorzaakt niet alleen overgewicht en een slechte conditie, maar ook een slechte cognitie. Zo lijden je concentratie, geheugen, en vermogen om te plannen en multitasken allemaal onder stilzitten.
  2. Het onderzoek is gloednieuw. De auteur bespreekt allerlei recente onderzoeksresultaten op het gebied van bewegen en de hersenen. Zo blijken lichamelijk fitte kinderen veiliger de straat over te steken dan kinderen die weinig beweging krijgen. Ze letten beter op en zijn minder snel afgeleid. Schokkend is hoe weinig onderzoek er bestaat naar het effect van bewegen op psychische stoornissen. En dat terwijl bewegen een gratis remedie zou kunnen zijn.
  3. Je krijgt bewegingsadviezen voor een beter denkvermogen. Elke beweging telt. Zo heeft een eenmalige inspanning van tien minuten, zoals een lunchwandeling, al een positief effect op het denkvermogen. Ook kauwen helpt. De kauwspieren zijn namelijk bijzonder sterk, waardoor kauwen de hartfrequentie omhoog jaagt. Waarbij een kauwgumpje natuurlijk beter is dan extra te eten.

 

Laat je hersenen niet zitten – auteur: Erik Scherder  – Polak & van Gennep

Tekst Pieternel Dijkstra

Ik vraag me af

Hoe zou het zijn?

als je je beroerd voelt

en weet, dit gaat niet meer over…

Als je pijn hebt

en weet, dat blijft zo.

 

Hoe voelt het

als je moet overgeven

na een chemokuur

en weet, nog acht te gaan…

 

Waar denk je aan

als je hoort

‘we gaan niet verder met behandelen’,

Waar zijn dan je gedachten?

 

Wat denk je als iemand je vraagt

‘gaat het al wat beter?’

en je weet, dat kómt nooit meer!

 

Het ís eenvoudig niet ín te denken

Wat het met iemand doet

Alleen misschien…

als je eenzelfde lot getrokken hebt

En dan nóg,

is de ene strijd, de andere niet.

 

Tekst: Rianne Uijtdewillegen

Nieuwjaarsbijeenkomst

DSC_0332

De storm woedde flink op 12 januari 2016 in de polders van Dinteloord. Binnen in zorgboerderij Hoeve Kakelbont vonden 50 vrijwilligers van VPTZ West-Brabant & Tholen met hun partners gezelligheid bij elkaar in de brasserie.

carin

Vanwege het nieuwe jaar werd een bijeenkomst gehouden waarin de jubilarissen Astrid, Carin, Marijke, Lisette, Monique en Mária en de vijf coördinatoren door regiocoördinator Ellen van der Weijde in het zonnetje werden gezet.

Bram

Voorzitter Bram Klijnsma memoreerde wetenswaardigheden van 2015. We doen het goed. We hebben in 2015 weer 140 mensen kunnen helpen in hun laatste levensfase. Als kers op de taart hebben onze vrijwilligers in een onlangs gehouden landelijk onderzoek onze eigen organisatie met een 8,8 gewaardeerd. Dat was hoger dan het landelijk gemiddelde. Met veel voldoening en plezier wordt het vrijwilligerswerk gedaan. De vrijwilligers worden goed opgevangen en geïnformeerd. Er wordt interessante scholing aangeboden, er is inspraak, de onderlinge samenwerking  en sfeer is goed. Respect, waardering en warmte voeren de boventoon. Wij zijn enorm trots op onze vrijwilligers.

DSC_0325

Met dank aan Ria Roggeband voor de foto’s.

Tekst Louise Jorritsma

Geheimen, wie heeft ze niet?

Tijdens de grote vrijwilligersvergadering op 8 december jl. heeft dr. Andreas Wismeijer  een lezing over de ‘psychologie van geheimen en de stervensfase’ gegeven.

Wie heeft er geen geheimen? Hoe ga je ermee om? Waarom hebben we eigenlijk geheimen? Geef er maar eens antwoord op, waarom heeft iemand een geheim? Vaak is het schaamte, het zijn vaak dingen waar we niet trots op zijn. Het hebben van een geheim kan worden ervaren als iets gigantisch, het kan je leven beheersen.

Als voorbeeld noemt Wismeijer Marc-Marie Huijbregts. Jaren heeft hij rondgelopen met het geheim dat hij kaal is, dat hield hij angstvallig vol tot hij dit geheim in 2009 prijsgaf. Voor hem was het immens. Huijbregts zei bv. “Altijd was ik ermee bezig, bezig het binnen te houden. Het werd steeds moeilijker om eerlijk te zijn”.

Wismeijer vraagt zich af of de vrijwilligers wellicht ingewijd worden door de cliënten die zij verzorgen. Het kan moeilijk zijn een geheim van iemand te horen te krijgen. Het gaat om emotie, een persoonlijk verhaal van iemand. En wat gaat er dan door ú heen? Het is een hele verantwoordelijkheid. ‘Wil ik dit weten?’ zou een gedachte kunnen zijn. Het is ook heel verdrietig dat een persoon het kennelijk niet aangedurfd heeft dit aan iemand anders te vertellen. Het kan ook zijn dat je je vereerd voelt met het vertrouwen dat je gegeven wordt. ‘En als je dan straks, na het overlijden, de enige bent die op de hoogte is? Móet je er dan iets mee? Of is het antwoord: zwijgen?

Wat doet het met je om een geheim te hebben?

Volgens Wismeijer kan het de oorzaak zijn van depressies en persoonlijke stoornissen. “Iedereen heeft geheimen. Maar, hebben we er last van?” Hij vertelt over iemand die hem een geheim toevertrouwd heeft. Deze persoon heeft in de oorlog een beslissing genomen, een keuze gemaakt. Hoewel hij nog steeds achter die keuze staat, heeft deze grote gevolgen gehad. Zo groot dat hij dit geheim verder aan niemand verteld heeft, zelfs zijn eigen vrouw niet. Hij houdt dit al een leven lang geheim, dat is heel zwaar.”

Hoe gaan mensen om met een geheim? Er kan een blokkade ontstaan. Er is altijd angst dat iemand het geheim zal ontdekken. Iemand kan allerlei strategieën bedenken om dit te vermijden. Hij gaat bv. mensen vermijden. “Alternatieve verhalen vertellen”, klinkt uit de zaal. Een lachsalvo klinkt. Inderdaad, liegen is vaak een gevolg van een geheim bewaren. Maar als je liegt, moet je je leugens onthouden. Het kost enorm veel energie.

Zijn geheimen echt ‘geheim’?

Meestal hebben mensen al wel eens ergens iets of een gedeelte verteld. Wismeijer:”Voor het onderzoek over wat geheimen met mensen doet, volg ik ook studenten. Ik volg hen doorgaans vier jaar. Bijna 100% heeft in die vier jaar het geheim met iemand gedeeld. Sommigen aan één persoon, vaak vertellen ze delen van het geheim aan verschillende mensen. Zo waren ze het verhaal toch kwijt.”

Hij vertelt over een gebeurtenis: tussen twee mensen  op een pontje staan. De een vertelt zijn geheim aan een totaal vreemd persoon. De pont vaart op en neer en zo is hij het kwijt. Er zijn geen consequenties aan zijn ontboezemingen. Het biedt slechts een tijdelijk soelaas, een geheim stopt niet voordat je het verteld hebt.

Aan wie vertellen we onze geheimen?

Wismeijer: “Dat doen we aan mensen van wie we denken dat ze geen oordeel zullen hebben. Daar zijn mensen bang voor: veroordeling.”

Een vreemd detail: bijna 50% geeft toe dingen geheim te houden voor een therapeut. Terwijl we toch mogen aannemen dat je juist die persoon in vertrouwen kunt nemen. Schaamte is ook hier de oorzaak. Schaamte over aangedaan leed zoals bv. bij incestslachtoffers. 60% zwijgt uit schaamte, is bang voor een negatief oordeel.

Een geheim hebben kan ook een gevoel van macht geven: ‘ik weet het, maar jullie niet’.

Wismeijer vindt het werk van de vrijwilligers, die cliënten bijstaan in de laatste levensfase, heel bijzonder. Er is weinig bekend over geheimen die in deze periode prijsgegeven worden. Aan wie ze verteld worden ook. En wat doet dat met die persoon? “Wat doet het met u?”, vraagt hij zich af, “het werk wat u doet, u kunt dat aan. Dat zégt iets over u en over wat u doet”, zo geeft hij de vrijwilligers een compliment.

Een geheim hebben sloopt het leven, je levensvreugde. Waarom dan dat geheim bewaren? Uit de zaal klinken de antwoorden:

  • Eigenwaarde
  • Zelfbeeld
  • Aardig gevonden willen worden
  • Bang zijn voor afwijzing.

Vanuit de evolutie zijn wij als mensen geschikt om bij uitstek sociale wezens te zijn. In heel vroege tijden leefden mensen in kleine groepen. Dan kan je niet egoïstisch zijn. Er is dan een grote behoefte geaccepteerd te worden. Wismeijer: “En klokkenluider bijvoorbeeld staat in een uitzonderingspositie. Die wordt uit de groep gestoten, wordt onbetrouwbaar geacht.”

Wat ís een geheim?

Dat is ‘willens en wetens informatie onthouden aan anderen’.

Wismeijer: “Het is bekend dat 10% van de mensen met HIV dit niet aan kun partner vertelt. In de regio Tilburg bv. zijn dat 63 mensen die bewust het risico nemen die partner te besmetten. Deze mensen leven met een groot geheim. De gevolgen zijn dan ook vaak: somberheid, eenzaamheid, een gestoorde realiteitszin, achterdocht. Het is ook bekend dat na vijf jaar, slechts 10% van deze mensen het geheim toch nog heeft verteld.

Wat kan je doen?

Wismeijer: “Je kan iemand een luisterend oor bieden. Iemand kan een dagboek bijhouden. Heel anoniem is het bijhouden van een blog, daarin kan je dingen kwijt. Anoniem. Kortom: vertel het de poes!

Het is even stil, wat een verhaal. Zeker een onderwerp dat tot nadenken aanzet.

Regiocoördinator van VPTZ West-Brabant & Tholen Ellen van der Weijde bedankt Andreas Wismeijer voor zijn interessante betoog. Dankt ook de vrijwilligers voor hun inzet dit jaar: ”Ik vind het toch steeds weer heel bijzonder dat we vandaag bellen en we morgen vrijwilligers hebben om in te zetten. Jullie inzet is enorm.

 

Tekst: Rianne Uijtdewillegen