Diversiteit

Op 1 maart 2016 bezoekt Shoona Tahitu de vergadering van VPTZ West-Brabant & Tholen bij TWB in Roosendaal. De cultureel antropologe en projectleider diversiteit van tanteLouise-Vivensis houdt vanavond een inleiding over de Islam. De avond staat in het teken van verschillende thema’s binnen de zorg in de Islam, zoals rituelen in de palliatieve fase.

De Nederlandse gezondheidszorg krijgt steeds meer te maken met cliënten van migranten afkomst die palliatieve zorg behoeven. Vooral in de laatste levensfase is optimale kwaliteit van zorg van wezenlijk belang. Zowel formele en informele zorg aan de cliënt als zorg voor de nabestaanden er omheen. Onder andere onvoldoende kennis van religie en cultuur bemoeilijkt het kunnen bieden van optimale zorg. Daarom begint Shoona met een kennischeck. Wat zijn de pijlers binnen de Islam, hoeveel migranten kennen wij eigenlijk in de regio, wat houden de cultuur en religie eigenlijk in? Het blijkt dat we minder weten over de Islam en bijbehorende gewoontes als we zouden willen.

Van de migranten in onze regio is de meerderheid Marokkaan, Turk of uit voormalig Nederlands Indië. Bijna één op de vier inwoners in Roosendaal en Bergen op Zoom is migrant. Van alle migranten is de Islam de grootste gemene deler. De Islam is meer dan een religie, het bepaalt ook de cultuur.

In bijna alle communicatie spelen culturele verschillen een rol. Bij mensen met een verschillende culturele achtergrond kunnen er makkelijk misverstanden ontstaan. Vooral in de gezondheidszorg kunnen de culturele verschillen de kwaliteit van zorg en hulp in gevaar brengen. In de communicatie met migranten is het allereerst belangrijk dat een zorgverlener zich probeert te verplaatsen en zijn/haar manier van denken en waarnemen. Bewust is van de eigen culturele bril en deze probeert af te zetten. Ook al leren we hier vanavond iets over de Islam, iedere cliënt kan er zijn/haar eigen gewoontes op nahouden.

Shoona bespreekt de vijf zuilen, geboden, rechten en plichten en een aantal rituelen rondom sterven en dood. Hoewel de dagopvang onder migranten groeiende is wordt in het algemeen de zorg op het einde van het leven door de eigen familie gegeven. Het bezoeken van een zieke wordt als een religieuze plicht gezien. In de Islam komt gezondheid, ziekte en de dood van God. God stuurt zowel de ziekte als de genezing. De moslim gelooft dat Allah alles heeft voorbeschikt en dat alles wat de mens overkomt een bedoeling heeft. Verschillende stromingen binnen de Islam leggen andere accenten in de visie op gezondheid, ziekte en dood.

 

 

 

Marinus van den Berg – Voor bij het einde

Boekbespreking – Voor bij het einde

In dit boek voor allen die omgaan met ernstig zieken of stervenden staan gedichten en meditaties.
Thema´s die aan de orde komen zijn lichamelijke pijn, emoties als angst en verdriet, omgaan met afhankelijkheid en onmacht, en het los moeten laten van de dierbare en het leven. Onderwerpen die wij als vrijwilliger bij elke inzet tegen kunnen komen.
Marinus beschrijft hoe belangrijk het is dat er een stem gegeven wordt aan deze gevoelens, dat ze niet weggesust worden. Juist het bij de naam noemen en onder ogen zien van alle tegenstrijdige gevoelens waar iemand in verstrikt kan raken, kan verlichting geven.

Bij het samenstellen van dit boek had Marinus allereerst mensen voor ogen die tijd nemen om te waken.
Waken is tijd nemen, om te herinneren, om samen te praten over wat goed en van waarde was, over wat nog dwars kan zitten, om te herstellen wat nog hersteld kan worden
Waken is tijd nemen om er te zijn, zonder woorden soms, met een enkel lief gebaar. Tijd om te wachten, tijd om tot vrede te komen.
Waken is thuiskomen bij wie je na staat, man of vrouw, vader of moeder, broer of zus, je maatje, onvergetelijk voor je leven.
Waken is thuiskomen bij jezelf, rust en tijd nemen om bij jezelf te zijn, om stil te staan bij je eigen herinneringen, je eigen angst, pijn, verdriet en verlangen.
Als ik waak bij cliënten dan ervaar ik het als een intiem meditatief, zwijgende tijd. Ik vind het weldadig en rustig aanvoelen.
Ik las zijn boek met veel herkenning. In gedachten zag ik mezelf weer waken bij mijn inmiddels overleden zusjes. Ik voelde een intense verbondenheid die groter was dan wijzelf waren.
Die ervaring draag ik als een kostbaar geschenk mijn leven lang met me mee.

Maar ook voor diegenen die niet waken maar wel stil willen staan bij het levenseinde geeft de schrijver in dit boek stof tot nadenken.

Ik raad iedereen aan om dit boek te lezen.
Het voor ons als vrijwilliger o zo herkenbare ‘er zijn’  en alle bijkomende gevoelens worden door hem zeer herkenbaar beschreven op een manier waarmee hij ons steunt, inspireert en toerust om dit werk te kunnen doen.

 

Tekst Tineke Roos -Wijnalda

Café Doodgewoon: mantelzorg, een vak uit liefde

Café Doodgewoon, donderdag 18 februari 2016 – 19.30 uur
 
Mantelzorger word je vanzelf. Je gaat voor kortere of langere tijd zorgen voor je partner, ouders of iemand anders. Het begint vaak met kleine dingetjes maar, afhankelijk van het ziektebeeld, kan het uitgroeien tot 24 uur per dag.
 
Ieder geval van mantelzorg is uniek. Je kan er geen protocol voor opstellen. Als mantelzorger doe je veel en het meeste gaat goed. Maar er gaan ook zaken minder goed. Van deze ervaringen leer je dan weer!
 
Tijdens de interactieve bijeenkomst vertelt ervaringsdeskundige Wim hoe hij de mantelzorg voor zijn vrouw heeft ervaren, wat uiteindelijk 24 uur per dag verzorging werd.
  
Vijf maal per jaar organiseren VPTZ West-Brabant & Tholen West-Brabant & Tholen en het Netwerk Palliatieve Zorg een Café Doodgewoon over een onderwerp dat te maken heeft met palliatieve zorg. Doel is de samenwerking tussen de informele en formele zorgverleners te verbeteren en kennis over palliatieve zorg te delen.
Naast zorgverleners zijn ook mantelzorgers, geestelijk verzorgers en andere geïnteresseerden in de palliatieve zorg van harte welkom. De toegang is gratis. Na afloop is er tijd voor het gesprek en we sluiten de avond af met een hapje en drankje.
 
Aanmelden hoeft niet, maar mág wel, via: info@vptz-westbrabanttholen.nl of info@doodgewoonwestbrabant.nl.
Datum: Donderdag 18 februari – 19.30 uur, zaal open 19.00 uur
Locatie: Binnentuin TWB, Belder 2-4, 4704 RK Roosendaal

Laat je hersenen niet zitten

Hoe lichaamsbeweging je hersenen jong houdt

3 redenen om dit boek te lezen

  1. De auteur schudt je wakker. Demente ouderen die amper uit hun stoel komen, kinderen die alleen maar gamen, ouders met overgewicht die zich niet inspannen om daar iets aan te doen. Het is niet langer ” done”, aldus hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder. Te weinig beweging veroorzaakt niet alleen overgewicht en een slechte conditie, maar ook een slechte cognitie. Zo lijden je concentratie, geheugen, en vermogen om te plannen en multitasken allemaal onder stilzitten.
  2. Het onderzoek is gloednieuw. De auteur bespreekt allerlei recente onderzoeksresultaten op het gebied van bewegen en de hersenen. Zo blijken lichamelijk fitte kinderen veiliger de straat over te steken dan kinderen die weinig beweging krijgen. Ze letten beter op en zijn minder snel afgeleid. Schokkend is hoe weinig onderzoek er bestaat naar het effect van bewegen op psychische stoornissen. En dat terwijl bewegen een gratis remedie zou kunnen zijn.
  3. Je krijgt bewegingsadviezen voor een beter denkvermogen. Elke beweging telt. Zo heeft een eenmalige inspanning van tien minuten, zoals een lunchwandeling, al een positief effect op het denkvermogen. Ook kauwen helpt. De kauwspieren zijn namelijk bijzonder sterk, waardoor kauwen de hartfrequentie omhoog jaagt. Waarbij een kauwgumpje natuurlijk beter is dan extra te eten.

 

Laat je hersenen niet zitten – auteur: Erik Scherder  – Polak & van Gennep

Tekst Pieternel Dijkstra

Ik vraag me af

Hoe zou het zijn?

als je je beroerd voelt

en weet, dit gaat niet meer over…

Als je pijn hebt

en weet, dat blijft zo.

 

Hoe voelt het

als je moet overgeven

na een chemokuur

en weet, nog acht te gaan…

 

Waar denk je aan

als je hoort

‘we gaan niet verder met behandelen’,

Waar zijn dan je gedachten?

 

Wat denk je als iemand je vraagt

‘gaat het al wat beter?’

en je weet, dat kómt nooit meer!

 

Het ís eenvoudig niet ín te denken

Wat het met iemand doet

Alleen misschien…

als je eenzelfde lot getrokken hebt

En dan nóg,

is de ene strijd, de andere niet.

 

Tekst: Rianne Uijtdewillegen

Nieuwjaarsbijeenkomst

DSC_0332

De storm woedde flink op 12 januari 2016 in de polders van Dinteloord. Binnen in zorgboerderij Hoeve Kakelbont vonden 50 vrijwilligers van VPTZ West-Brabant & Tholen met hun partners gezelligheid bij elkaar in de brasserie.

carin

Vanwege het nieuwe jaar werd een bijeenkomst gehouden waarin de jubilarissen Astrid, Carin, Marijke, Lisette, Monique en Mária en de vijf coördinatoren door regiocoördinator Ellen van der Weijde in het zonnetje werden gezet.

Bram

Voorzitter Bram Klijnsma memoreerde wetenswaardigheden van 2015. We doen het goed. We hebben in 2015 weer 140 mensen kunnen helpen in hun laatste levensfase. Als kers op de taart hebben onze vrijwilligers in een onlangs gehouden landelijk onderzoek onze eigen organisatie met een 8,8 gewaardeerd. Dat was hoger dan het landelijk gemiddelde. Met veel voldoening en plezier wordt het vrijwilligerswerk gedaan. De vrijwilligers worden goed opgevangen en geïnformeerd. Er wordt interessante scholing aangeboden, er is inspraak, de onderlinge samenwerking  en sfeer is goed. Respect, waardering en warmte voeren de boventoon. Wij zijn enorm trots op onze vrijwilligers.

DSC_0325

Met dank aan Ria Roggeband voor de foto’s.

Tekst Louise Jorritsma

Geheimen, wie heeft ze niet?

Tijdens de grote vrijwilligersvergadering op 8 december jl. heeft dr. Andreas Wismeijer  een lezing over de ‘psychologie van geheimen en de stervensfase’ gegeven.

Wie heeft er geen geheimen? Hoe ga je ermee om? Waarom hebben we eigenlijk geheimen? Geef er maar eens antwoord op, waarom heeft iemand een geheim? Vaak is het schaamte, het zijn vaak dingen waar we niet trots op zijn. Het hebben van een geheim kan worden ervaren als iets gigantisch, het kan je leven beheersen.

Als voorbeeld noemt Wismeijer Marc-Marie Huijbregts. Jaren heeft hij rondgelopen met het geheim dat hij kaal is, dat hield hij angstvallig vol tot hij dit geheim in 2009 prijsgaf. Voor hem was het immens. Huijbregts zei bv. “Altijd was ik ermee bezig, bezig het binnen te houden. Het werd steeds moeilijker om eerlijk te zijn”.

Wismeijer vraagt zich af of de vrijwilligers wellicht ingewijd worden door de cliënten die zij verzorgen. Het kan moeilijk zijn een geheim van iemand te horen te krijgen. Het gaat om emotie, een persoonlijk verhaal van iemand. En wat gaat er dan door ú heen? Het is een hele verantwoordelijkheid. ‘Wil ik dit weten?’ zou een gedachte kunnen zijn. Het is ook heel verdrietig dat een persoon het kennelijk niet aangedurfd heeft dit aan iemand anders te vertellen. Het kan ook zijn dat je je vereerd voelt met het vertrouwen dat je gegeven wordt. ‘En als je dan straks, na het overlijden, de enige bent die op de hoogte is? Móet je er dan iets mee? Of is het antwoord: zwijgen?

Wat doet het met je om een geheim te hebben?

Volgens Wismeijer kan het de oorzaak zijn van depressies en persoonlijke stoornissen. “Iedereen heeft geheimen. Maar, hebben we er last van?” Hij vertelt over iemand die hem een geheim toevertrouwd heeft. Deze persoon heeft in de oorlog een beslissing genomen, een keuze gemaakt. Hoewel hij nog steeds achter die keuze staat, heeft deze grote gevolgen gehad. Zo groot dat hij dit geheim verder aan niemand verteld heeft, zelfs zijn eigen vrouw niet. Hij houdt dit al een leven lang geheim, dat is heel zwaar.”

Hoe gaan mensen om met een geheim? Er kan een blokkade ontstaan. Er is altijd angst dat iemand het geheim zal ontdekken. Iemand kan allerlei strategieën bedenken om dit te vermijden. Hij gaat bv. mensen vermijden. “Alternatieve verhalen vertellen”, klinkt uit de zaal. Een lachsalvo klinkt. Inderdaad, liegen is vaak een gevolg van een geheim bewaren. Maar als je liegt, moet je je leugens onthouden. Het kost enorm veel energie.

Zijn geheimen echt ‘geheim’?

Meestal hebben mensen al wel eens ergens iets of een gedeelte verteld. Wismeijer:”Voor het onderzoek over wat geheimen met mensen doet, volg ik ook studenten. Ik volg hen doorgaans vier jaar. Bijna 100% heeft in die vier jaar het geheim met iemand gedeeld. Sommigen aan één persoon, vaak vertellen ze delen van het geheim aan verschillende mensen. Zo waren ze het verhaal toch kwijt.”

Hij vertelt over een gebeurtenis: tussen twee mensen  op een pontje staan. De een vertelt zijn geheim aan een totaal vreemd persoon. De pont vaart op en neer en zo is hij het kwijt. Er zijn geen consequenties aan zijn ontboezemingen. Het biedt slechts een tijdelijk soelaas, een geheim stopt niet voordat je het verteld hebt.

Aan wie vertellen we onze geheimen?

Wismeijer: “Dat doen we aan mensen van wie we denken dat ze geen oordeel zullen hebben. Daar zijn mensen bang voor: veroordeling.”

Een vreemd detail: bijna 50% geeft toe dingen geheim te houden voor een therapeut. Terwijl we toch mogen aannemen dat je juist die persoon in vertrouwen kunt nemen. Schaamte is ook hier de oorzaak. Schaamte over aangedaan leed zoals bv. bij incestslachtoffers. 60% zwijgt uit schaamte, is bang voor een negatief oordeel.

Een geheim hebben kan ook een gevoel van macht geven: ‘ik weet het, maar jullie niet’.

Wismeijer vindt het werk van de vrijwilligers, die cliënten bijstaan in de laatste levensfase, heel bijzonder. Er is weinig bekend over geheimen die in deze periode prijsgegeven worden. Aan wie ze verteld worden ook. En wat doet dat met die persoon? “Wat doet het met u?”, vraagt hij zich af, “het werk wat u doet, u kunt dat aan. Dat zégt iets over u en over wat u doet”, zo geeft hij de vrijwilligers een compliment.

Een geheim hebben sloopt het leven, je levensvreugde. Waarom dan dat geheim bewaren? Uit de zaal klinken de antwoorden:

  • Eigenwaarde
  • Zelfbeeld
  • Aardig gevonden willen worden
  • Bang zijn voor afwijzing.

Vanuit de evolutie zijn wij als mensen geschikt om bij uitstek sociale wezens te zijn. In heel vroege tijden leefden mensen in kleine groepen. Dan kan je niet egoïstisch zijn. Er is dan een grote behoefte geaccepteerd te worden. Wismeijer: “En klokkenluider bijvoorbeeld staat in een uitzonderingspositie. Die wordt uit de groep gestoten, wordt onbetrouwbaar geacht.”

Wat ís een geheim?

Dat is ‘willens en wetens informatie onthouden aan anderen’.

Wismeijer: “Het is bekend dat 10% van de mensen met HIV dit niet aan kun partner vertelt. In de regio Tilburg bv. zijn dat 63 mensen die bewust het risico nemen die partner te besmetten. Deze mensen leven met een groot geheim. De gevolgen zijn dan ook vaak: somberheid, eenzaamheid, een gestoorde realiteitszin, achterdocht. Het is ook bekend dat na vijf jaar, slechts 10% van deze mensen het geheim toch nog heeft verteld.

Wat kan je doen?

Wismeijer: “Je kan iemand een luisterend oor bieden. Iemand kan een dagboek bijhouden. Heel anoniem is het bijhouden van een blog, daarin kan je dingen kwijt. Anoniem. Kortom: vertel het de poes!

Het is even stil, wat een verhaal. Zeker een onderwerp dat tot nadenken aanzet.

Regiocoördinator van VPTZ West-Brabant & Tholen Ellen van der Weijde bedankt Andreas Wismeijer voor zijn interessante betoog. Dankt ook de vrijwilligers voor hun inzet dit jaar: ”Ik vind het toch steeds weer heel bijzonder dat we vandaag bellen en we morgen vrijwilligers hebben om in te zetten. Jullie inzet is enorm.

 

Tekst: Rianne Uijtdewillegen

Gedicht: Zonder woorden

Zonder woorden

 

Jouw ogen

zoeken op mijn gezicht

naar woorden, vragen

die mijn mond niet meer kan uitspreken

en zo mijn gedachten

niet onder woorden kan brengen

 

Verdriet en pijn

vinden een weg, via mijn ogen

Een traan die over mijn wangen,

langs mijn mondhoek glijdt

waar het puntje van mijn tong

de zilte smaak waarneemt

 

De onmacht uit zich in mijn gebalde vuisten!

Frustratie en woede…

Ze bedaren bij de aanblik

van zorgen, de liefde in jouw ogen

Ik besef dat ook jij, in jóuw onmacht,

ook niet kan raden

wat míjn gedachten zijn

Ik wilde maar dat jij ze, als in een boek

allemaal zou kunnen lezen.

 

Zodat alles wat ik nog wil zeggen

je nog zo graag zou willen vertellen

jou zal troosten, als

zoals nu, mijn woorden

straks ook ík, er niet meer zal zijn.

 

Tekst

Rianne Uijtdewillegen

 

Café Doodgewoon, Er mot helemaal niks

‘Er mot helemaal niks’…

Op donderdag 19 november 2015 wordt in Café Doodgewoon de documentaire Er mot helemaal niks getoond. De documentaire van filmmaker Joop Menting laat u een blik werpen in het dagelijkse leven binnen hospice Het Clarahofje in Goes. Hij volgt drie bewoners die, hoewel zij allen in de laatste fase van hun leven zijn, daar heel verschillend tegenaan kijken, mee omgaan.

Margreet Weisfelt en Leonie Ton, respectievelijk als vrijwilliger en verpleegkundige verbonden aan hospice Het Clarahofje, vertellen over de documentaire: “De film is gemaakt in 2013. We wisten eerst helemaal niet of het ging lukken. Het is filmmaker Joop Menting, een heel grote man met een grote camera, wonderwel gelukt zich als het ware ‘onzichtbaar’ te maken, waardoor de beelden heel natuurlijk overkomen.” De sfeer binnen het hospice, de karakterverschillen van de mannen die gevolgd worden.

20151119 CD

Wat opvalt, is de grote mate van respect waarmee de medewerkers in het hospice omgaan met de bewoners. Alles is mogelijk: een frietje eten, een kroketje en een eitje bij het ontbijt. Er zijn beelden van een feestje van aardbeien. De benadering van de bewoners, de betrokkenheid bij hun familieleden, alles gebeurt in alle rust. Een voorbeeld: op het moment dat er een overledene aanwezig is in het hospice staat er een kaars, brandend in een smaakvolle lantaarn, bij de deur. Ze deden dit voor het eerst toen een van de vrijwilligers in het hospice was overleden. Daarna zijn ze het zo blijven doen.

De documentaire

Drie mannen worden in de film gevolgd. Een van hen, een 78-jarige man heeft nog alle hoop, je ziet hem fanatiek bezig met de fysiotherapeut. De bleke, broodmagere, ínwitte benen willen hem nog niet dragen. Maar hij wil het liefst binnen een paar weken of maanden het hospice lopend weer wil verlaten. Waar de 86-jarige oud-gemeenteambtenaar het allemaal het liefst zo snel mogelijk achter de rug heeft: ”Ik heb goed geslapen, maar ik was het liefst helemaal niet wakker geworden.” De derde man, een vrijbuiter: ”Ik heb vroeger alles gedaan wat God verboden had”, koestert het leven en de nabijheid van zijn zoons.

In de documentaire komt ‘het leven van alledag’ naar voren. En kopje koffie, een krantje, een pijpje wordt gestopt. Een vrijwilliger doet een dansje: hak en teen, hak en teen… Meneer krijgt een van zijn zussen op bezoek: ”Het maakt je wel verdrietig hoor, als je elkaar zo moet loslaten.”

Door de film heen worden prachtige zinnen uitgesproken:

  • Je mot blij zijn dat ze voor je zorgen
  • De realiteit onder ogen zien
  • ‘Het gaat goed met mij hoor’, meneer zit in een tillift, grote zwarte schaduwen onder zijn ogen.
  • ‘Kan wat voor u doen? De man zit gebogen, zijn hoofd verborgen in zijn grote handen, hij zucht…
  • Een pleister wordt van de schouder verwijderd. Een broodmagere rug. Met respect wordt de man, met heel zachte bewegingen gewassen. Bij het tanden poetsen zie je dat hij moe is, maar zich beter voelt.
  • Er wordt gesproken over palliatieve sedatie, het wijzigen van pijnbestrijding
  • ‘Ik blijf tot het laatst bij je hoor pa, als je dat maar weet.’

Heel ontroerend, de drie zoons en een kleinzoon die waken bij hun vader en opa. Er is oogcontact. Ze laten een briefje zien wat ze in zijn huis gevonden hadden: ‘Als er wat gebeurt: Faitfull one van Cliff Richard.

De mond wordt bevochtigd met een soort sponslolly. De sfeer die tijdens het waken in de kamer hangt is haast tastbaar. De man die zijn laatste adem uitblaast. ‘Zeg maar dag tegen opa.’ De tranen in de ogen. Het lichaam wordt met zachte gebaren gewassen en aangekleed. De baar met de kist rijdt, vergezeld van de zoons, langs de lantaarn met de brandende kaars.

Het blijft stil nadat de film is afgelopen. Iedereen moet het even tot zich door laten dringen. Ellen verzoekt de aanwezigen om in viertallen bij elkaar te gaan zitten, even aan elkaar te vertellen wat de film u heeft gedaan. Een geroezemoes van stemmen, gedempt. Later als er wat fris of een wijntje is geschonken willen sommigen hun verhaal wel delen.

Deze avond, die georganiseerd werd door Netwerk Palliatieve Zorg Roosendaal, Bergen op Zoom en Tholen en VPTZ West-Brabant & Tholen is zeker weer een geslaagde avond geweest.

 

Tekst:

Rianne Uijtdewillegen

 

 

In gesprek met Joop, vrijwilliger

In gesprek met…   

Joop

12 november 2015: Joop maakt een relaxte indruk als ik hem ontmoet in zijn huis in het mooie plaatsje Tholen. Hij vertelt over zijn vrijwilligerswerk, hoe hij vrijwilliger is geworden bij VPTZ en hoe hij dat ervaart. Een leuke ontmoeting, een goed gesprek.

Joop is getrouwd met Hanneke, hun twee volwassen kinderen zijn ‘de deur uit’. Joop is verpleegkundige, al is hij inmiddels met pensioen. “Zoiets blijf je gewoon.” Joop werkte 38 jaar in de psychiatrische zorg op Vrederust. Daarna als ZZP-er in de thuiszorg. Hij was al eerder vrijwilliger voor de VPTZ. Het leek hem, als tegenwicht op de zware situaties die hij in zijn werk als professional tegenkwam, wel mooi. Maar hij maakte zoveel uren, 24-, en 48-uurs diensten waren niet ongewoon, dat het tot een inzet voor VPTZ eigenlijk niet kwam. Later heeft hij zich opnieuw aangemeld en ‘plechtig’ beloofd dat hij nu echt ‘met pensioen’ is.

?????????????

Het verschil tussen professioneel verpleegkundige en een inzet als VPTZ-vrijwilliger zit vooral in de verantwoordelijkheid.

Joop: “Die professionele verantwoordelijkheid zit bijvoorbeeld in het feit dat je betaald wordt. Je hebt dan ook andere taken. Je mag en móet handelingen verrichten. Denk daarbij aan het aanbrengen van morfinepleisters, een injectie geven, medicatie toedienen. Je werkt vaak in een vast team. Maar gevoelsmatig is de verantwoordelijkheid toch wel het grootste verschil. Nu ik vrijwilliger ben moet ik er wel op letten, dat ik daar ben als vrijwilliger. Dat die handelingen nu niet meer mijn taak zijn. Natuurlijk heeft het nog wel mijn interesse, maar het is anders.”

Een van de belangrijkste dingen die hij als vrijwilliger nodig heeft vindt Joop toch wel de informatie. Natuurlijk krijgt hij als hij naar een cliënt toegaat, naam en adres van de cliënt. Namen van mensen, mantelzorgers en hoe je die kunt bereiken. Wat verwacht de cliënt van je en wat kan je voor de cliënt betekenen. Joop: “Uitgangspunt is altijd de cliënt. Ik sta dan ook overal voor open. Boodschappen doen, de hond uitlaten. Ik doe wat ik tegenkom, mits dat niet botst. Ik besef natuurlijk dat dit niet voor iedere vrijwilliger geldt en/of mogelijk is.”

Ervaren en loslaten

Tijdens het werk als VPTZ-vrijwilliger wordt je wel steeds met leed geconfronteerd.

Joop: “ Ook al heb ik daar ervaring mee, ik zie het wel, het doet wat met me. Je ziet dat het leven zómaar anders kan worden. Loslaten, dat doe ik vooral door heel bewust met mijn cliënt bezig te zijn. Op het moment daar ben je er voor de volle 100% voor je cliënt. Daardoor kan je het ook beter loslaten. En ook ‘delen’, dat helpt ook. Het woord zegt het al, delen = halveren, praat erover. Ik heb standaard even contact met de coördinator.

De organisatie VPTZ, daar voelt Joop zich goed bij. Joop: “Er is een landelijk bestuur, er is structuur, er zijn richtlijnen en protocollen waarin staat wat wel en niet mag. In het land is de organisatie verdeeld in regio’s waar de coördinatoren de belangrijke schakels zijn naar de vrijwilligers toe. Zij hebben ook onderling minimaal maandelijks contact met elkaar. Het is goed om als vrijwilliger voor zo’n organisatie te werken. En dan de vrijwilligersdag die ons aangeboden werd in juli, de dag op het eiland Tiengemeten, dat was zo’n mooie dag om mee te maken. Dat waardeer ik echt.”

Binnen VPTZ is veel gelegenheid tot scholing. Ik vroeg hem wat volgens hem, als verpleegkundige, nog interessant zou kunnen zijn voor de vrijwilligers.

Joop: “Volgens mij hebben de vrijwilligers een redelijk goed beeld van kanker. Van de symptomen zoals pijn, misselijkheid. Zij realiseren zich goed wat de beperkingen voor de cliënt zijn. Er worden regelmatig cursussen gegeven, bv. til- en transfertechnieken, dat is heel goed, ook voor de vrijwilliger zelf. Wat ik zelf wel interessant vind voor de vrijwilligers, is om enige bekendheid te hebben met het fenomeen BDE, een ‘bijna-doodervaring’. Door het succesvol kunnen behandelen bij bijvoorbeeld hartinfarcten, overleven nu mensen die dit vroeger zeker niet hadden gedaan. Daardoor komen bijna-doodervaringen nu vaker voor. Voor de patiënt, die vaak niet weet wat hem is overkomen, is het moeilijk om hierover te praten. ‘Wordt ik geloofd?’ zal hij zich afvragen. Dan zou het mooi zijn als onze vrijwilligers daar iets over zouden weten.”

Verder verwacht Joop dat er steeds vaker een beroep op de vrijwilligers van VPTZ gedaan zal worden. Joop: “Ook in andere typen van zorg, zoals psychiatrische zorg en zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Men moet dat dan heel goed bekijken, overwegen. De vrijwilligers ook goed begeleiden en altijd de afweging maken of de zorg wel of niet gegeven kan en zal worden.”

Aan het einde van ons gesprek vraag ik: “Wie ís Joop Groeneveld?” Daar geeft hij een weloverwogen antwoord op:

“Iemand die via andere mensen en situaties, zichzelf beter heeft leren kennen. Wat vaak met vallen en opstaan gepaard ging. Waarbij VPTZ een mooi ‘instrument’ is.”

Tekst:

Rianne Uijtdewillegen